|
Dit is een proeftekst voor Dogs & Co's
DogBlog
DOMINANTIE HANDELINGEN
Drs Hermine Kleve
Inleiding
De opvoeding van elke hond bestaat uit een aantal onderdelen, te weten het aanleren van een aantal 'huisregels' en commando's en daarnaast het bewerkstelligen dat de hond binnen het gezin de juiste plaats in de rangorde inneemt. De huisregels zijn per hond verschillend aangezien huisregels afhankelijk zijn van de woonsituatie en van de wensen en tolerantie van de baas. Ter illustratie de volgende voorbeelden: de één vindt een bedelende hond aandoenlijk, de andere vindt het een verschrikking; een hond die niet heeft geleerd stil te zijn tijdens het alleen blijven bezorgt overlast in een flat, maar niet op een afgelegen boerderij.
Naast huisregels moet elke hond een aantal commando's aanleren. Over het algemeen gebruikt met hiervoor de basiscommando's 'komen op bevel', 'zit', 'af, 'plaats' en 'niet trekken aan de lijn'. Deze basiscommando's kunnen naar believen worden aangevuld met allerlei andere commando's. Over het derde wezenlijke onderdeel van de opvoeding van de hond, het instellen van een juiste rangorde, gaat dit artikel. Tijdens het lezen zal duidelijk worden dat een strikte scheiding tussen huisregels, appel en rangorde niet mogelijk is, de drie onderdelen zijn sterk met elkaar verweven en lopen soms in elkaar over.
Roedel en rangorde
Wellicht ten overvloede, maar voor alle duidelijkheid worden hier nog enige regels gewijd aan de rangorde binnen een roedel/gezin. In een 'natuurlijke' roedel (daar wordt in dit verband mee bedoeld een roedel zonder menselijke inmenging) heerst een duidelijke rangorde.
Er is één hond aan te wijzen die duidelijk nummer 1 in rangorde is, een volgende hond is nummer 2 enz. Voor het roedel in zijn totaliteit zorgt deze hiërarchie voor rust, stabiliteit en zekerheid voor alle individuen. Conflicten, die potentieel schadelijk kunnen zijn voor de individuen in het roedel, worden vermeden C.q. gereguleerd.
Nu is het niet zo dat een roedelleider als een dictator door zijn roedel loopt en in alle gevallen bepaalt wat er gebeuren moet. Een ranghoge hond heeft in principe het overwicht om in situaties die op dat moment voor de ranghogere belangrijk zijn te regelen dat hij kan bepalen wat er gebeurt. Een rangorde is dus niet een star onwrikbaar geheel. Integendeel een rangorde is dynamisch en flexibel.
Aan het leiderschap zijn bepaalde privileges verbonden. Bijvoorbeeld een ranghogere hond zal als eerste kunnen eten, kan zich een betere slaapplaats verwerven, de ranghoogste teef paart met de ranghoogste reu. Zo zijn er meerdere voordelen aan te wijzen die samenhangen met het hoger zijn in de rangorde.
In een roedel zullen (sommige) ranglagere dieren de kans aangrijpen om zich in rangorde te verbeteren. Een dominante hond op zijn beurt zal alles in het werk stellen om zijn ranghoge positie te verdedigen. Schermutselingen om de plaats in de rangorde verlopen over het algemeen vrij geruisloos. Een niet-geoefend waarnemer zal over het algemeen niet eens merken dat honden bezig zijn hun plaats in de hiërarchie bevestigen. Een enkele keer zal een rangordeconflict met wat meer tumult en uiterlijk vertoon gepaard gaan en soms zal er een, voor iedereen duidelijk waarneembaar, gevecht plaats hebben.
Een niet-geoefend observator zal het bepalen van de rangorde niet eens altijd
bemerken. De subtiele wijze waarop honden de rangorde kunnen bepalen kan men observeren bij de volgende voorbeelden.
Tijdens het spelen van twee honden is vaak de houding van één hond 'hoger' dan van die van de andere hond. Als meerdere honden een weggegooide bal achterna jagen is het vaak dezelfde (dominante) hond die de bal te pakken krijgt. Dit hoeft niet eens de snelste hond te zijn. Bij meerdere honden in een gezin is het vaak dezelfde hond die als eerste zijn bazen komt begroeten, die als eerste door de deur gaat, die altijd vooraan staat bij het uitdelen van de voerbakken, die alleen maar zijn huisgenoten hoeft aan te kijken om zijn meest geliefde ligplaats te verkrijgen.
Rangorde en gedrag
Mensen die zich verdiept hebben in het gedrag van honden (hondentaal) kunnen aan de houding en het gedrag van de honden aflezen welke plaats de honden ten opzichte van elkaar in het roedel innemen. Honden en wolven vertonen namelijk specifiek gedrag waaraan een rangorde bepaald kan worden.
Gezin en rangorde
Binnen een 'natuurlijk' roedel bestaat zoals gezegd een strikte rangorde. Een hond zal binnen een gezin ook zijn plaats in de rangorde bepalen, ongeacht of de menselijke roedelgenoten dit leuk vinden of niet. Er is binnen het gezin maar één juiste rangorde en dat is een rangorde waarbij de hond op de onderste plaats staat. Voor baby's en jonge kinderen wordt hier in zoverre een uitzondering op gemaakt dat de volwassenen in het gezin de ranghogere positie van het kind ten opzichte van de hond regelen en bevestigen. Dit is dan ook één van de voornaamste redenen waarom men jonge kinderen en honden nooit zonder toezicht bij elkaar mag laten.
Het dagelijks leven met honden is gedurende 24 uur per dag doorspekt met momenten waar (op rustige wijze) de rangorde bevestigd wordt. Het is daarom van groot belang dat mensen zich realiseren dat zij constant waakzaam moeten zijn om de rangorde binnen het gezin in juiste banen te leiden.
Een hondeneigenaar die duidelijk leiding geeft aan zijn hond mag zich met recht 'baas' noemen.
Hij schept binnen het gezin een duidelijke, rustige, stabiele omgeving voor de hond. De hond kan van nature de gestelde grenzen probleemloos accepteren en voelt zich daar prettig bij.
Onze menselijke samenleving is voor een hond zo complex en onoverzichtelijk dat wij niet van een hond mogen verwachten dat hij aan een gezin leiding kan geven.
Indien de mens niet duidelijk de leiding op zich neemt zullen sommige honden geneigd zijn bij gebrek aan beter zelf de leiding dan maar op zich te nemen. Andere, van nature minder dominante, honden kunnen onzeker en angstig reageren bij het uitblijven van duidelijke consequente leiding. Kortom er ontstaan vaak problemen op het moment dat de rangorde binnen het roedel verkeerd of onduidelijk is.
Hoe kan men nu vast stellen wie in het gezin de dienst uitmaakt? Ten eerste is het van groot belang om op de houding van de hond te letten in allerlei verschillende interacties met zijn baas c.q. eigenaar. Bij een correcte rangorde zal de hond (bij conflictsituaties) zo af en toe door middel van zijn 'lage houding' duidelijk aan moeten geven dat het leiderschap van zijn baas zonder meer erkend wordt. Overigens mensen die dit 'slaafse honden' noemen geven hiermee te kennen dat zij geen kennis hebben van het gedrag van de hond.
Er is voor een hond geen enkele reden om een commando op te volgen als hij voor zijn eigenaar geen respect heeft. Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen honden
die het commando nooit geleerd hebben en honden die het commando wel kennen, maar niet wensen uit te voeren. Deze honden zijn in de ogen van hun omgeving vaak 'ongehoorzaam' of misschien zelfs wel 'dom'. Het commando 'af zal niet of met moeite opgevolgd worden omdat de hond hierdoor immers door de eigenaar in een ranglagere positie gecommandeerd wordt.
Ranghoge honden zijn vaak honden die trekken aan de lijn en daarmee bepalen waarheen de wandeling leidt. De eigenaar kan daarbij door sommige reuen van boom naar lantaarnpaal gesleept worden omdat de roedelleider daar z'n reukvlag uit wil zetten. Het kunnen honden zijn die zich niet laten aanhalen, poetsen etc. als het hen niet uitkomt.
Daarnaast is reeds aangegeven dat een roedelleider zich een aantal voorrechten toe mag eigenen. Ranghoge honden kunnen dan ook aanspraak maken op de beste rustplaatsen zoals daar zijn bed en bank. Deze plaatsen worden soms zelfs met geweld verdedigd tegenover de eigenaar mocht deze nog de euvele moed hebben hier zelf plaats te willen nemen. Ranghoge honden kunnen door middel van agressief gedrag gaan bepalen of het bezoek van de eigenaar hun territorium (huis en tuin) in mag. In extreme gevallen kan een hond zelfs overgaan tot grommen en bijten om zijn rechten te verdedigen tegenover zijn eigenaar. Een dominante hond heeft het recht om zijn verworvenheden desnoods met agressief gedrag te verdedigen ten opzichte van zijn eigenaar.
Binnen een gezin treft men regelmatig de situatie aan waarin één persoon dominant is, gevolgd door de hond waarna de overige gezinsleden volgen. Een dergelijke hond functioneert meestal uitsluitend binnen het gezin bij aanwezigheid van de baas. Zodra de baas afwezig is neemt de dan ranghoogste hond de leiding over met alle beschreven problemen.
Wanneer wordt de rangorde bepaald
Alle gezinsleden moeten vanaf het moment dat de hond in huis komt (pup of volwassen hond) de rangorde op een rustige manier in juiste banen gaan leiden. Bij een pup zijn in het begin niet veel moeilijkheden te verwachten. De pup accepteert leiding heel gemakkelijk. Vanaf de leeftijd van ongeveer 12 weken kan de pup gaan proberen een hogere plaats in de rangorde te verkrijgen. Grote waakzaamheid is dus in een vroeg stadium reeds vereist bij dat schattige puppy. Met de juiste behandeling zijn de meeste honden in een gezin goed hanteerbaar te maken. Is de hond eenmaal ruimschoots volwassen dan behoort de rangorde helder te zijn voor alle partijen. Het is hopelijk inmiddels duidelijk dat waakzaamheid altijd geboden blijft, maar dat er bij een juiste aanpak weinig problemen meer te verwachten zijn.
Hoe en wanneer moeten de dominantiehandelingen uitgevoerd worden
De meeste honden zullen altijd proberen de grenzen te verleggen in hun eigen voordeel. Het kan ook hier niet genoeg benadrukt worden hoe belangrijk het is houding en gedrag van een hond te kunnen lezen. Als men zich als mens dominant opstelt heeft dit alleen zin en effect als men aan het gedrag van de hond kan waarnemen dat het dominante gedrag ook als zodanig is overgekomen. Een hond die in een dergelijke situatie niet door middel van zijn houding (de hond toont bijvoorbeeld nog steeds een hoge houding of zelfs agressief gedrag als grommen en bijten) aangeeft dat hij het gezag van de andere partij erkent zorgt voor 'gezichtsverlies' van de eigenaar.
De meeste van de hierna beschreven dominantiehandelingen kunnen zonder meer toegepast worden op elke hond, ongeacht leeftijd, ras of geslacht en eveneens ongeacht de aanwezigheid van gedragsproblemen. De frequentie en mate waarin bepaalde handelingen uitgevoerd worden moeten echter nauwkeurig afgestemd zijn op het karakter van de hond.
Dominant gedrag ten opzichte van een dominante hond kan de juiste rangorde binnen korte tijd bewerkstelligen, maar draagt het risico in zich dat deze dominante hond de 'strijd aanbindt' met alle gevaren van dien. Het is essentieel dat de mens een eventueel rangordeconflict wint. Het verdient veelal de voorkeur een dergelijke confrontatie niet uit te lokken.
Te dominant gedrag ten opzichte van een onzekere hond zal hem alleen maar nog angstiger maken. Een juiste mate van leiding geven zal echter ook voor dit type hond een stabiele omgeving garanderen waarbij de hond in gedrag vaak enorm opbloeit.
Voor de hierna beschreven dominantiehandelingen geldt dus dat men moet weten waar men aan begint om het gewenste effect te bewerkstelligen en om een averechts effect te voorkomen. Het toepassen van dominantiehandelingen dient dus niet om een conflict met de hond uit te lokken. Bij twijfel is het verstandig een deskundig advies in te winnen voordat er fouten worden gemaakt die achteraf slechts met grote moeite hersteld kunnen worden.
Voordat ik aan de opsomming van dominantiehandelingen begin wil ik graag nog wijzen op één risico. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die tijdens het lezen van dit artikel als reactie zullen zeggen 'maar daar heb ik geen hond voor' 'als het zo moet heb ik er geen aardigheid aan'. Mijn reactie hierop is drieledig. Ten eerste zijn er gelukkig heel veel, zeer vriendelijke, sociale honden die geen uitgesproken neiging hebben te domineren. Met dit soort honden kan men het zich dus permitteren om de rangordebevestigende handelingen soepel te hanteren.
Ten tweede hoop ik dat (de overigens prima) honden die wel continu proberen te domineren een eerlijke kans krijgen om in onze menselijke maatschappij hun plek toegewezen te krijgen waarop zij probleemloos kunnen functioneren en daardoor niet de rekening gepresenteerd krijgen voor het falend leiderschap van hun eigenaren. Met dit type honden kan men zich nooit permitteren de rangordebepaling te licht op te nemen.
Het gevolg voor deze Z.g. probleemhonden of 'valse' honden of hoe men ze ook maar wil noemen is immers in het gunstigste geval overplaatsing (in een asiel) en in het ongunstigste geval euthanasie.
Ten derde hoop ik dat de bazen van het overgrote deel van de honden in Nederland die ergens tussen de bovenste twee beschreven uitersten inzitten het inzicht en het 'gereedschap' krijgen om op de juiste momenten de teugels aan te halen en op momenten waarop men zich het kan permitteren de teugels desgewenst te laten vieren.
DOMINANTIEHANDELINGEN
De dominantiehandelingen die hieronder beschreven worden zijn voor een groot deel afgeleid van het gedrag dat honden onderling gebruiken om de rangorde vast te stellen. (Meer hierover kunt u lezen in een ander artikel). Aangezien wij mensen zijn en dus geen honden zullen wij een slechts een aantal dominantiehandelingen van honden op menselijke wijze kunnen imiteren.
De lijst dominantiehandelingen is verder aangevuld met adviezen die in de praktijk een gunstig effect kunnen hebben op de rangordeverhoudingen tussen mens en hond.
Nogmaals voor de duidelijkheid; alle adviezen gelden in zijn algemeenheid. Het is elke keer noodzakelijk om naar de baas-hondcombinatie te kijken of een rangordebevestigende handeling noodzakelijk is EN of de rangordebevestigende handeling inderdaad door de hond als zodanig ervaren wordt. Dit hele artikel dient dus met de nodige nuancering gelezen te worden.
Houding en gedrag van de baas
Honden communiceren met elkaar door middel van onder meer lichaamstaal.
Aangezien mensen ook als 'soortgenoten' geaccepteerd worden, wordt ook de lichaamstaal van deze 'tweebenige honden' nauwkeurig in de gaten gehouden. Het gedrag van de baas moet zelfverzekerd overkomen. Tegenover een hond moet men niet aarzelen. De houding van een dominante baas is hoog, niet voorovergebogen en zeker niet met het hoofd lager dan de kop van de hond.
Om hier gelijk een voorbeeld van een broodnodige nuancering in aan te brengen; bij een wat onzekere, onderdanige hond (en de meeste pups) kan men zich zonder meer permitteren om te hurken als men van de hond verlangt dat hij bijvoorbeeld moet komen of bij het aanhalen.
Het hoger zijn van het hoofd van de baas heeft een aantal consequenties. Een hond die men toestaat bij de eigenaar op de bank (bed etc.) te zitten heeft al gauw zijn kop hoger dan het hoofd van de baas. Tijdens het spelen met sommige honden kan het nodig zijn dat men er op attent is dat de baas letterlijk hoger is en blijft dan de hond.
Bij dit hoofdstukje rekenen we voor het gemak ook de stem van de baas. Een hond heeft over het algemeen in een situatie waarin hij meent dominant te zijn een lager stemgeluid. Mensen kunnen dit imiteren door hun stem rustig, kordaat en met overwicht (laag) te laten klinken. Hier moet men vooral aan denken bij het bestraffen van de hond (dit kan de rangorde bevestigen).
In deze situatie hoort de stem laag te zijn en niet door spanning juist enkele octaven omhoog te schieten.
Om voor een hond duidelijkheid te scheppen is het handig om bij het belonen van de hond de stem wat vriendelijker (wat hoger) te laten klinken. Generaliserend kan men zeggen dat mannen over het algemeen wat meer moeite hebben met de juiste toon bij het belonen en vrouwen wat meer moeite met de lage, barse stem tijdens een correctie.
Een onderdanige hond maakt plaats voor zijn meerdere. Op de hond inlopen en ervoor zorgen dat hij aan de kant gaat is dus dominant gedrag. Dit kan bijvoorbeeld dagelijks geoefend worden door tijdens het stofzuigen de hond weg te sturen (te verjagen) van plaatsen die nog gezogen moeten worden, maar ook een hond die enorm in de weg ligt kan men dus met een gerust hart daar weg sturen of men stapt over hem heen.
Tijdens de wandeling geeft de baas de route aan, niet de hond. Zodra de hond duidelijk te kennen geeft dat hij tijdens het uitlaten langs en liefst in het vijvertje wil maakt de baas een extra rondje, maar dan de andere kant uit dus niet langs de vijver. Daarna kan de baas altijd de hond nog de kans geven (op commando en dus initiatief van de baas) stokken uit het water halen.
In het rijtje dominantiehandelingen wordt ook nogal eens genoemd dat een ranglagere altijd naar zijn ranghogere toe zou komen. De baas zou er dus voor moeten zorgen dat de hond altijd naar de baas geroepen wordt. Bij honden onderling zien we dit gedrag echter niet terug.
Een dominante hond stapt wel degelijk naar een andere hond toe die bijvoorbeeld begerig naar een botje kijkt. De dominant zal dan heel duidelijk maken wie de meeste rechten heeft en zich het voorwerp toeëigenen. Dit laatste is essentieel. Een baas mag wel degelijk (in een conflictsituatie) naar zijn ranglagere hond toegaan, mits hij zijn gezag waar kan maken. Loopt de hond weg in deze situatie (iets wat vaak voorkomt omdat onze viervoeters nu eenmaal sneller zijn dan wij) dan staat men als roedelleider machteloos en wint de hond. Dit is iets wat altijd voorkomen moet worden. Daarom wil ik deze dominantie handeling als volgt verwoorden:
Nooit naar de hond toegaan als niet zeker is dat men zijn gezag waar kan maken.
Het afpakken van een speeltje is dominant gedrag. Het afpakken van de voerbak en een kluif zou men misschien wel als superdominant gedrag mogen betitelen.
Overigens bij honden onderling mag een eenmaal bemachtigde buit meestal behouden worden, ongeacht de plaats in de rangorde. Dit betekent dat het in bezit hebben van een voorwerp of voedsel dus geen informatie geeft over de rangorde. Ranglage dieren die een bot hebben bemachtigd blijven meestal in het bezit van dit bot. Slechts in die situaties waarin de dominante hond echt honger heeft zal de buit van een andere hond afgepakt worden.
In onze menselijke samenleving echter stuit dit op een praktisch bezwaar. Een hond die zijn buit verdedigt is een potentieel gevaar voor zijn omgeving (vooral kinderen zijn vaak het slachtoffer).
Daarom zou ik er voor willen pleiten alle honden van pup af aan te leren de voerbak en kluifjes af te staan. Eigenaren van een (volwassen) hond die de voerbak verdedigt moeten er rekening mee houden dat de hond niet zonder slag of stoot de buit af zal geven. Men doet er verstandig aan deskundige hulp in te roepen. Er bestaan methoden om de (meeste) honden zonder verzet aan te leren de voerbak af te staan.
Consequent gedrag
Mensen moeten zich ten opzichte van honden consequent gedragen. Dat betekent dat er regels (huisregels) en grenzen voor de hond gelden. Over deze regels en grenzen dienen de gezinsleden het eens te zijn, zodat niet voor de hond een verwarrende situatie ontstaat waarbij een bepaald gedrag over het algemeen niet mag alleen bij één gezinslid wel. Een aantal bekende voorbeelden van inconsequent gedrag zijn de volgende. De hond mag bij de één op de bank liggen, maar wordt hiervoor door de ander bestraft. Als de hond met vuile poten niet op de bank mag dan ook niet met schone poten. Trouwens de beste rustplaats is eigenlijk toch al een privilege voor de ranghogere. Als de hond niet aan de lijn mag trekken als de baas een tas met boodschappen vast heeft dan mag trekken ook niet tijdens de wandeling. Als de hond niet mag trekken tijdens het trainingsuurtje van een gedrag & gehoorzaamheidscursus dan mag hij ook niet trekken tijdens het lopen van de parkeerplaats naar het oefenveld.
Als de hond de speelkameraadjes van de kinderen niet mag aanblaffen dan ook de irritante kinderen van de buren niet. Als de hond bestraft wordt voor het onder kwijlen van het bezoek tijdens de koffie, geef dan de hond ook geen koekje als hij bedelt terwijl er geen bezoek is. En zo zijn meerdere voorbeelden aan te wijzen waarop mensen inconsequent omgaan met hun hond.
De betekenis van consequent gedrag is dat de omgeving voor de hond voorspelbaar is. De hond weet altijd waar de grenzen liggen en hoeft niet steeds af te tasten of deze grenzen verschuifbaar zijn.
Beginnen en eindigen van een handeling
Het initiatief in de omgang met de hond dient bij de mens te liggen. Zodra een hond eigen initiatief gaat vertonen is het niet denkbeeldig dat dit initiatief door de eigenaar minder gewaardeerd wordt. Hieronder volgen een aantal voorbeelden waarbij het de baas moet zijn die een handeling begint en eindigt.
Een voor de hand liggend voorbeeld is het geven van een commando. De baas geeft het commando, de hond dient dit op te volgen totdat de baas de hond 'vrij' geeft. Een hond moet bijvoorbeeld rustig in een restaurant kunnen blijven liggen (mits hem dit correct is aangeleerd) totdat de baas klaar is om weg te gaan en de hond een teken geeft dat hij op mag staan. Een hond moet rustig op de stoeprand kunnen blijven zitten totdat de weg vrij is en de baas wil oversteken.
Het borstelen van de hond gaat op initiatief van de baas uit. Een hond die met de borstel aan komt lopen geeft zijn eigenaar het commando 'borstel'. De hond die tijdens het borstelen de
kans krijgt weg te lopen geeft in feite zijn eigenaar het commando 'stop borstelen'.
Zo zijn er honden die hun eigenaar op verschillende fronten uitstekend hebben afgericht. Hond piept voor de deur, eigenaar opent de deur, na korte tijd zit de hond weer buiten voor de deur te commanderen 'open deur', eigenaar gehoorzaamt. De hond komt met zijn speeltje aanzetten en laat dit voor zijn eigenaar vallen en kijkt vervolgens van eigenaar naar speeltje en weer terug. Het commando luidt 'speel met mij'. De meeste mensen vinden dit gedrag vertederend en werpen keurig afgericht het speeltje weg. De hond gaat door met apporteren totdat hij er geen zin meer in heeft en verdwijnt met zijn bal richting mand.
De hond komt met zijn riem aanzetten en wordt uitgelaten.
Vaak is het vrij eenvoudig om het heft weer in handen te nemen terwijl men toch aan de 'wensen' van de hond kan voldoen. De hond komt met zijn voerbak aanlopen. De baas kijkt op de klok en ziet dat het inderdaad al voertijd is geweest. Hij kan nu kiezen of het commando 'voeren' van de hond op te volgen of zelf bepalen wanneer er gegeten wordt. Dit kan door de bak van de hond aan te nemen en gewoon door te gaan met waarmee men bezig is. De hond wordt verder totaal genegeerd. Nadat de hond gestopt is met het geven van commando's neemt de baas het initiatief om de bak te vullen en aan de hond te geven.
Een ander voorbeeld waarbij men het initiatief bij de hond weghaalt is het volgende. De hond komt 'gezellig' bij de baas staan legt de kop in zijn schoot en kijkt met zijn trouwe blik de baas diep in zijn ogen en geeft hiermee eigenlijk het commando 'aaien'. De baas kan het initiatief naar zich toe trekken door het bijvoorbeeld commando 'zit' te geven. Op moment dat de hond dit correct uitvoert wordt een beloning gegeven. Hij kan bijvoorbeeld de hond gaan aaien (en uiteraard zelf het moment van stoppen te bepalen voordat de hond er genoeg van heeft). Op deze wijze zijn beide partijen tevreden.
Appel
Het is heel belangrijk elke hond een aantal commando's te leren waarmee men de hond kan 'hanteren' in allerlei situaties. Basiscommando's zijn 'kom (hier)', 'zit', 'af, 'plaats', 'niet trekken aan de lijn'. Iedereen zal het nut van het commando 'hier' duidelijk zijn. Het commando 'zit' is handig om een hond tijdelijk te 'parkeren' terwijl men wacht tot bijvoorbeeld de weg vrij is of om rustig een etalage te kunnen bekijken of om de borst van de hond te borstelen.
Het commando 'af, blijf is een geschikt commando om een hond voor langere tijd te 'parkeren'.
Bijvoorbeeld om rustig in een café van een kop koffie te genieten of om het bezoek de gelegenheid te geven ongestoord plaats te nemen. Daarnaast bevindt een liggende hond zich in een lage, onderdanige houding ten opzichte van zijn baas, een belangrijk bijkomend voordeel. Dit zou een reden kunnen zijn waarom sommige Oonge) honden (op eens) moeite hebben met het opvolgen van het commando 'af. Zodra de baas merkt dat de hond deze ranglagere positie weigert in te nemen is het tijd om maatregelen te treffen.
De hond moet leren rustig aan de lijn mee te lopen zonder te trekken. De baas heeft de leiding en bepaalt waarheen de wandeling gaat.
Behalve bovenstaande commando's kan men andere commando's (kunstjes) aanleren als men dat leuk vindt. 'Dood liggen' is een leuk kunstje voor het bezoek en een perfecte bevestiging van de rangorde. Ook het commando 'poot' of 'opzitten' kunnen goede bevestigers van de rangorde zijn mits uitgevoerd op initiatief van de baas.
Deze appeloefeningen moeten uiteraard eerst geleerd worden aan de hond. Het is wenselijk een aantal keren per dag korte tijd uit te trekken om de appeloefeningen te trainen. De training moet zowel binnen als buiten onder allerlei makkelijke maar ook moeilijke omstandigheden plaats hebben.
Daarnaast moet men zich realiseren dat een commando dat gegeven wordt buiten deze 'officiële training' net zo goed een commando is dat opgevolgd moet worden. Dus niet de hond naar de plaats sturen en er dan genoegen mee nemen dat hij halverwege op zijn bot gaat liggen kluiven.
Een gegeven commando moet de hond opvolgen. Is men er niet zeker van dat de hond komt op commando terwijl hij zo leuk aan het spelen is met de hond van de buren dan moet men dit commando in deze situatie niet geven. Wordt het commando namelijk wel gegeven en de hond negeert het commando dan staat men in de meeste gevallen machteloos. De hond registreert deze machteloosheid feilloos en zal dit voor een volgende keer onthouden. De eigenaar leert op deze wijze de hond ongehoorzaam te zijn.
Handelingen
Er zijn een aantal lichamelijk dominante handelingen die dominante honden vertonen ten opzichte van submissieve honden. Deze handelingen kan men als mens imiteren. De hond dient dit te ondergaan en te accepteren.
De baas kan de hond 'over de snuit bijten' bijvoorbeeld bij het begroeten of spelen met de hond.
Een hond die men zonder protest 'over de snuit kan bijten' zal ook makkelijker een voorwerp afgepakt kunnen worden. Dit is niet alleen een voordeel als hij er met de leverworst vandoor is maar ook als hij buiten een gevaarlijk voorwerp (gif?) heeft gevonden.
Men kan tijdens het borstelen de hond in zijligging leggen of op zijn rug. Ook 'overstaan', eveneens een dominante handeling, kan tijdens het borstelen 'logisch' ingebouwd worden. Vele honden vinden het poetsen zo prettig dat de submissieve houding (mits jong geleerd) geen problemen op zal leveren.
Een hond optillen is ook een dominante handeling van de baas. Als men een zware hond niet kan tillen kan men alleen de voorhand heffen.
Tijdens bijvoorbeeld een ontmoeting tussen honden onderling kan men waarnemen dat de dominante hond de kop op de schouders legt bij de andere hond. Dit gedrag kan de baas imiteren door met de hand lichte druk op de schouderbladen uit te oefenen.
Het fixeren (aanstaren) van een hond is een dominante handeling. De hond dient zijn blik af te wenden.
Voorkom als roedelleider de volgende fouten.
Laat de hond niet tegen u (of anderen) opspringen, zeker niet als dit dreigend gebeurt.
Bij honden onderling kan men waarnemen dat ze op elkaar 'rijden'. Dit gedrag zien we zowel bij teven als bij reuen en heeft op dat moment niets met voortplanting te maken. De dominante hond bevestigt op deze wijze zijn leiderschap. Het zal duidelijk zijn dat de hond niet op u (of andere mensen) mag rijden. Ook hier geldt van jongs af aan opletten en zodra dit gedrag optreedt (bij een jonge hond in de puberteit) handelend optreden.
Sommige honden hebben een uitgebreid repertoire aan opdringerig gedrag ontwikkeld om de aandacht van de eigenaar te trekken en hun zin door te drijven. Voorbeelden zijn eindeloos poten geven, snuit duwen tegen de hand van de eigenaar, piepen, uitdagend blaffen. Voorkom dat de hond dit gedrag gaat vertonen. Verbied het bij honden die dit gedrag helaas al ontwikkeld hebben, geef bijvoorbeeld een commando waardoor het opdringerig gedrag niet meer mogelijk is. Lukt verbieden niet meer dan kan totaal negeren een goede oplossing zijn.
Een veel voorkomende 'fout' is het 'onverdiend vertroetelen' van honden. Veel eigenaren belonen of 'troosten' honden voor gedrag dat ze eigenlijk niet eens waarderen in de hond. Veel honden worden eindeloos geaaid, geknuffeld zonder dat ze hier iets voor hoeven te doen.
Demotivatie van de hond om iets voor de eigenaar te doen voor een beloning neemt hierdoor af. Als ze een commando niet uitvoeren krijgen ze immers (op een ander tijdstip) toch wel voldoende aandacht en knuffels van de eigenaar. De remedie is hier zeer simpel. Wil men de hond knuffelen, laat hem er dan eerst iets voor doen.
Geef de hond een eigen vaste plaats op een rustige plek. Voorkom dat de hond op deze plaats gestraft wordt of voor straf naar de mand gestuurd wordt.
Samenvattend
Het is binnen een gezin belangrijk dat de hond op de juiste plaats in de rangorde staat.
Er zijn verschillende manieren om dit te bereiken. Welke manier, dus welke dominante handeling men toepast is sterk afhankelijk van het karakter en gedrag van de hond. Conflicten en agressie dienen vermeden te worden.
De ene hond laat zich makkelijker op een rang lagere plaats zetten en zal daar makkelijker blijven dan de andere. Een ranglagere hond heeft in onze menselijke maatschappij een betere uitgangspositie om zich in het gezin aan te passen en zal daardoor uiteindelijk een grotere bewegingsvrijheid krijgen.
Vraag tijdig deskundig advies als u rangorde problemen heeft met uw hond.
|