|
(tekst deels afkomstig uit nieuwsbrief van TeamDier) Een aantal jaren geleden was het normaal om je hond elk jaar te vaccineren tegen allerlei verschillende ziektes.
Maar inmiddels is duidelijk dat vaccinaties ook mogelijke andere
gezondheidsrisico’s met zich mee kunnen brengen doordat het
immuunsysteem herhaaldelijk op onnatuurlijke wijze wordt geactiveerd.
Bovendien wordt er vaak tegelijkertijd tegen verschillende ziektens
gevaccineerd.
Helaas komt het ook veel voor dat dieren die niet helemaal gezond zijn ingeent worden.
Het lichaam moet dan op verschillende fronten tegelijk reageren waarbij
er dingen mis kunnen gaan. Daarbij moet rekening gehouden worden met
dat een bezoek aan de dierenarts voor de meeste dieren veel stress
oplevert. Dit heeft ook een negatief effect op het afweersysteem.
Meestal zijn schadelijke gevolgen pas merkbaar op de langere termijn
zoals de ontwikkeling van auto-immuunziektes, allergieen, en kanker.
Soms zijn de reacties sneller te zien: diaree, braken, anafylactisch
shock, toevallen, koorts.
De meest gehanteerde vaccinatieschema’s totdat het dier een jaar oud is:
6 en 9 weken:parvo en hondenziekte
12 weken:parvo, hondenziekte, Weil (leptospirose) en HCC (leverziekte)
1 jaar: parvo, hondenziekte, Weil, HCC en kennelhoest, de zogenoemde grote cocktail.
Wat voor ziektes zijn dit eigenlijk?
Parvo en hondenziekte zijn zeer besmettelijke virusinfecties. Met name
hondenziekte komt bijna niet meer voor. Kunnen vooral voor jonge honden
ernstige gevolgen hebben. 16 tot 48% van de honden besmet met parvo en
ongeveer 50% van de honden besmet met hondenziekte overlijdt.
HCC– Leverziekte is een besmettelijke leverziekte.
Vooral voor het jonge dier is het een gevaarlijke ziekte. Hij komt de
afgelopen jaren nauwelijks meer voor in gebieden waar honden over het
algemeen gevaccineerd worden.
Kennelhoest is een milde ziekte die over het algemeen
vanzelf weer overgaat. Bij de pup kan besmetting echter leiden tot
fatale longontsteking, bij de oudere of zwakkere hond tot chronische
bronchitis.
Weil is een bacteriële ziekte die wordt overgebracht
door de urine van de bruine rat of die van een besmet dier. Deze ziekte
is ook besmettelijk voor de mens.
Een aantal ziektes is dus ernstig en eventueel
dodelijk, anderen zijn in het algemeen vooral lastig maar in de regel
geen ernstige bedreiging voor de gezondheid van je dier.
Wat moet je verder nog weten?
Vaccinaties kunnen een gezondheidsrisico zijn, maar hebben natuurlijk
dus ook voordelen. Het is moeilijk om algemene uitspraken te doen over
wel of niet vaccineren, hoe vaak, waartegen en wanneer. Dit is namelijk
afhankelijk van het type dier, de leefomstandigheden, de gezondheid en
weerstand. Het is dus erg zinvol om ook bij het vaccineren op een
holistische manier te kijken, naar het individuele dier, het hele
plaatje. Over het algemeen kan gesteld worden dat de kans op besmetting,
het verloop van de ziekte en de ernst ervan in sterke mate afhangt van
de weerstand en leefomstandigheden van je dier. Het is dus belangrijk
deze optimaal te laten zijn.
Als je wel besluit je dier te vaccineren, weet dan dat het geadviseerde vaccinatiebeleid de afgelopen jaren is veranderd.
Je hond hoeft niet meer elk jaar een grote cocktail-vaccinatie te
hebben. Het is bewezen dat de gemiddelde hond na de vaccinatie op
1-jarige leeftijd zo’n drie jaar lang de benodigde afweerstoffen heeft.
Ditzelfde geldt voor de kattenziekte bij de kat. Een keer in de drie
jaar de grote cocktail halen voor je hond en kattenziekte voor je kat is
voldoende. Daarmee beperk je de gezondheidsrisico’s van de vaccinatie
sterk.
Voor Weil en kennelhoest geldt dit niet. Als je besluit te vaccineren
tegen Weil, moet je dit minimaal 1 keer per jaar doen. Bij voorkeur in
het voorjaar zodat je hond dan tijdens de zomer waarin hij
waarschijnlijk meer zwemt, goed beschermd is. Kennelhoest is een
jaarlijkse vaccinatie,net als niesziekte. Overweeg het nut en de
noodzaak van deze vaccinaties; de kans op besmetting is vooral groot als
je dier in een pension of op tentoonstellingen komt.
Wat kun je doen:
- Zo min mogelijk vaccineren: steeds meer onderzoeken wijzen uit
dat veel dieren die op 1 jarige leeftijd gevaccineerd zijn tegen
parvo, hondenziekte en HCC langdurig immuun zijn.
- Alleen vaccineren als je dier helemaal gezond is.
- Combineer het zo min mogelijk met andere belastende stoffen zoals ontwormingen.
- Waar mogelijk vaccineren met enkelvoudige entingen met tussenpozen van enkele weken.
- Alleen enten tegen kennelhoest als je dier een verhoogd risico loopt (kennel, shows)
- De enting tegen Weil is erg belastend. Als je tegen deze ziekte
ent is het aan te bevelen je hond vervolgens natuurgeneeskundig te
begeleiden.
- Een titerbepaling doen. Dit is een bloedtest die de hoeveelheid
antistoffen meet tegen parvo, leverziekte en hondenziekte. Bij
voldoende weerstand hoef je niet opnieuw te vaccineren en kun je
het volgende jaar opnieuw een titerbepaling laten doen
- Laat je je dier vaccineren, dan kun je ervoor kiezen om
homeopatische middelen in te zetten om de belasting voor je dier zo
klein mogelijk te maken.
- Er is ook de mogelijkheid om homeopatisch te vaccineren met verdunningen van de ziekteverwekkers.
Mocht je dier toch ziek worden van bijvoorbeeld de
kennelhoest dan is er ook met kruiden en voedingssupplementen heel veel
te doen. Natuurlijk is het op peil houden van de gezondheid van
je dier het allerbelangrijkst. Dit betekent goede voeding (vers
vlees!), leefomstandigheden die passen bij het dier en zo min mogelijk
stress.
Wil je meer weten over vaccinaties voor je dier, neem dan contact op met TeamDier. Schrijf je in voor de nieuwsbrief van TeamDier, met tips en adviezen om je dier gezond te krijgen of te houden.
|